Lijfrente: sparen voor je pensioen met belastingvoordeel (2026)

Laatst bijgewerkt: 9 oktober 2026

Een lijfrente is een geblokkeerd pensioenpotje bij een bank of verzekeraar. Je inleg is binnen je jaarruimte aftrekbaar van je inkomen in box 1, het tegoed telt niet mee in box 3 en je betaalt pas inkomstenbelasting over de latere uitkeringen. In 2026 is de jaarruimte maximaal 30% van je premiegrondslag. Dat is vooral interessant voor ondernemers en zzp’ers, die meestal zelf hun aanvullend pensioen moeten regelen.

Wat is een lijfrente en voor wie?

Je mag de inleg alleen aftrekken als je in het voorgaande jaar een pensioentekort had. Wie weinig of geen pensioen opbouwt via een werkgever, heeft dat tekort al snel. Een lijfrente kent twee fasen:

  • Opbouwfase: je stort eenmalig of periodiek en het geld staat vast.
  • Uitkeringsfase: met het opgebouwde bedrag koop je vaste, periodieke uitkeringen.

Vormen

Fiscaal bestaan er drie varianten: een verzekering, een rekening of een beleggingsrecht. In de praktijk kies je tussen een lijfrenteverzekering en een bancaire lijfrente, waarbij je spaart op een geblokkeerde spaarrekening of belegt via een beleggingsrekening. Bij beleggen staat de eindwaarde niet vast.

Fiscale regels in 2026

Jaarruimte en reserveringsruimte

De jaarruimte is 30% van je premiegrondslag: je inkomen uit werk van het voorgaande jaar (winst vóór ondernemersaftrek, loon, uitkeringen), tot een maximum en verminderd met de AOW-franchise. Bouwde je in dat jaar ook pensioen op, dan gaat de premie die daarvoor is ingelegd er nog af. De jaarruimte 2026 hangt dus af van je cijfers over 2025.

Ruimte die je niet gebruikt, schuift door naar je reserveringsruimte. In 2026 kun je de onbenutte jaarruimte van 2016 tot en met 2025 nog inhalen, tot het wettelijke maximum. De reserveringsruimte gebruik je eerst, daarna de jaarruimte. Je trekt de inleg af in het jaar waarin je betaalt. De rekenhulp lijfrentepremie van de Belastingdienst berekent beide bedragen; houd je aangifte en pensioenoverzicht van het voorgaande jaar bij de hand.

Regel 2026
Jaarruimte 30% van de premiegrondslag
Inkomen dat maximaal meetelt € 137.800
AOW-franchise € 19.172
Maximale jaarruimte (berekend) € 35.588
Maximale reserveringsruimte € 42.753
Tijdelijke oudedagslijfrente, maximale uitkering per jaar € 27.192
Afkoop kleine lijfrente zonder revisierente tot € 5.513
Revisierente bij afkoop meestal 20%
Stakingslijfrente, maximum € 574.867, € 287.445 of € 143.732

Rekenvoorbeeld

Een zzp’er had in 2025 een winst van € 60.000 vóór ondernemersaftrek en bouwde geen pensioen op. De premiegrondslag is € 60.000 min € 19.172 = € 40.828. De jaarruimte 2026 is 30% daarvan: € 12.248.

Aftrekken nu, belasting later

De aftrek verlaagt je inkomen in box 1, waar in 2026 tarieven van 35,75%, 37,56% en 49,50% gelden. Lijfrentepremie staat niet op de lijst van aftrekposten met een beperkt aftrektarief. De uitkeringen zijn later volledig belast als je alle inleg hebt afgetrokken. Wie dan de AOW-leeftijd heeft, betaalt over de eerste schijf 17,85%. Over het opgebouwde bedrag betaal je geen vermogensbelasting, zolang je aan de regels voldoet.

Regels voor de uitkeringsfase

  • Uiterste start: de eerste uitkering gaat uiterlijk in het vijfde jaar na het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt in. Bereik je die in 2026, dan start je vóór 1 januari 2032.
  • Verzekeraar: een oudedagslijfrente keert uit tot je overlijden.
  • Bank: de uitkering loopt minimaal 20 jaar. Start je vóór je AOW-leeftijd, dan komt elk heel jaar dat je jonger bent erbij.
  • Tijdelijke oudedagslijfrente: minimaal 5 jaar, met een maximum aan uitkering per kalenderjaar voor al je tijdelijke lijfrentes samen (zie tabel).

Afkopen en overlijden

Neem je het geld tussentijds op, dan is de afkoopsom belast en betaal je daarbovenop meestal 20% revisierente. Voor een kleine lijfrente vervalt de revisierente als de afkoopsom in 2026 niet hoger is dan € 5.513; lijfrentes bij dezelfde instelling tellen samen. Ook bij langdurige arbeidsongeschiktheid bestaat een uitzondering.

Overlijd je tijdens een bancaire lijfrente, dan gaat het restant naar je nabestaanden. Een levenslange verzekering stopt bij overlijden, tenzij je een nabestaandenlijfrente hebt meeverzekerd. Nabestaanden moeten de uitkeringen laten vaststellen vóór het einde van het tweede kalenderjaar na het overlijden.

Ondernemers: stakingswinst en oudedagsreserve

Stop je met je onderneming, dan mag je de stakingswinst omzetten in een lijfrente, bovenop je jaarruimte. De maxima voor 2026 zijn:

  • € 574.867 als je hoogstens vijf jaar jonger bent dan de AOW-leeftijd, arbeidsongeschikt bent of als de onderneming door overlijden stopt;
  • € 287.445 als je hoogstens vijftien jaar jonger bent dan de AOW-leeftijd of de uitkering direct ingaat;
  • € 143.732 in andere gevallen.

Eerder opgebouwde voorzieningen gaan van het maximum af. De premie telt nog mee als je die vóór 1 juli van het volgende jaar betaalt. Een oudedagsreserve opbouwen kan sinds 2023 niet meer, maar een bestaande reserve mag blijven staan. Koop je er een lijfrente voor, dan staat tegenover de hogere winst een even grote aftrek.

Lijfrente, aflossen of vrij beleggen?

Een lijfrente geeft belastinguitstel en dwingt je het geld te bewaren, maar je kunt er niet bij als je het nodig hebt en de regels zijn strikt. Vrij sparen of beleggen houdt je flexibel, maar valt in box 3 en levert geen aftrek op. Aflossen op je hypotheek verlaagt je latere woonlasten, tegenover minder renteaftrek. Wat past, hangt af van je buffer, je huidige en verwachte belastingtarief en de kosten van het product.

Lees ook

Veelgestelde vragen

Kan ik als zzp’er altijd lijfrentepremie aftrekken?

Alleen als je jaarruimte of reserveringsruimte hebt. Die ontstaat door een pensioentekort in het voorgaande jaar. Wat je boven die ruimte stort, is niet aftrekbaar.

Wanneer moet mijn lijfrente uiterlijk ingaan?

De eerste uitkering start uiterlijk in het vijfde jaar na het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt. Regel je dat niet op tijd, dan geldt de lijfrente als afgekocht.

Wat kost tussentijds opnemen?

Je betaalt inkomstenbelasting over de afkoopsom en meestal 20% revisierente. Bij een kleine lijfrente tot € 5.513 (2026) betaal je alleen inkomstenbelasting.

Hoe ver kan ik onbenutte jaarruimte inhalen?

Tien jaar. In 2026 gaat het om de jaren 2016 tot en met 2025, met een maximum van € 42.753.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel of fiscaal advies.

Vennoot richt zich op de thema's ondernemen en algemene geldtips. Je vindt dus altijd wel inspirerende artikelen op onze site, of je nu ondernemer bent of omdat je bijvoorbeeld wilt besparen op bepaalde uitgaven. Kijk gerust even rond.

Laatste van Blog