Onderwijs veranderen begint bij leiderschap
Binnen het onderwijs komen op dit moment verschillende ontwikkelingen samen. Kunstmatige intelligentie verandert de manier waarop leerlingen informatie vinden en verwerken. Tegelijkertijd zijn personeelstekorten nog altijd merkbaar op scholen, ook al is de situatie op sommige plekken verbeterd. Daarbij groeien de verwachtingen rond basisvaardigheden, burgerschap en digitale ontwikkeling.
Voor Oguz Dulkadir maken deze ontwikkelingen vooral zichtbaar hoe belangrijk goed leiderschap is. Nieuwe middelen of onderwijsmethodes brengen een school op zichzelf niet verder. De richting die een organisatie kiest, bepaalt uiteindelijk hoe zulke ontwikkelingen zich naar de praktijk vertalen.
“Uiteindelijk zijn het schoolleiders en bestuurders die koers moeten bepalen. Zij moeten keuzes maken, duidelijk kunnen uitleggen waarom die nodig zijn en leraren voldoende ruimte geven om daar in de dagelijkse praktijk invulling aan te geven.”
Bij technologie wordt die invloed snel zichtbaar. Een nieuwe toepassing kan waardevol zijn, zolang duidelijk blijft welk doel ermee wordt gediend. Volgens Dulkadir hoort het belang van de leerling steeds het uitgangspunt te vormen. “Goed leiderschap betekent voor mij dat je zorgvuldig kijkt naar wat werkelijk bijdraagt aan beter onderwijs. Technologische mogelijkheden zijn interessant, maar ze mogen niet als enige bepalend zijn voor de richting.”
Ruimte voor de professional
In de dagelijkse gang van zaken spelen leraren een centrale rol. Leraren dragen vakkennis over, begeleiden leerlingen en proberen recht te doen aan de verschillen binnen een klas. Veranderingen in het onderwijs komen uiteindelijk ook op hun bord terecht.
Dulkadir vindt daarom dat vernieuwing dicht bij de praktijk georganiseerd moet worden. Leraren moeten kunnen meewegen wat werkt, waar leerlingen baat bij hebben en waar grenzen liggen. Investeringen in digitale middelen worden waardevol wanneer leraren voldoende tijd hebben om ermee vertrouwd te raken en ruimte ervaren om eigen afwegingen te maken.
De manier waarop een school met haar medewerkers omgaat, zegt volgens hem ook iets over wat zij leerlingen wil meegeven. Zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en kritisch denken krijgen meer betekenis wanneer die waarden ook binnen de organisatie herkenbaar zijn.
“Van een leraar of lerares verwachten we dat die leerlingen stimuleert om zelfstandig te denken en initiatief te nemen. Dan moet diezelfde professionele ruimte ook voor hen bestaan. Anders ontstaat er een verschil tussen wat je leerlingen wilt leren en hoe je als organisatie zelf werkt.”
Maatschappelijke verantwoordelijkheid begint op school
Onderwijsleiderschap heeft volgens Dulkadir uiteindelijk ook betekenis buiten de muren van een school. Besluiten die vandaag worden genomen, werken door in de ontwikkeling van leerlingen en in de positie die zij later in de samenleving innemen. Die invloed maakt de verantwoordelijkheid van bestuurders en schoolleiders groot.
Goede resultaten en heldere kaders blijven daarom essentieel. Toch omvat onderwijs meer dan wat direct in cijfers zichtbaar is. Jongeren ontwikkelen er ook zelfvertrouwen en leren omgaan met verantwoordelijkheid en technologische veranderingen. Ook deze vaardigheden zijn bepalend voor de manier waarop zij later hun plek in de samenleving vinden.
“Een stevige basis is noodzakelijk. Daarnaast moet onderwijs oog houden voor eigenschappen die zich moeilijker laten meten. Juist daar kunnen jongeren veel aan hebben wanneer zij later zelfstandig hun weg moeten vinden.”
Voor Dulkadir raakt dat aan maatschappelijk ondernemerschap. Hij gebruikt die term niet als verwijzing naar een los project of een maatschappelijk initiatief naast het reguliere werk. Binnen het onderwijs zit maatschappelijke verantwoordelijkheid juist verweven in de dagelijkse keuzes die bestuurders maken. De ruimte die een leerling krijgt, de professionele vrijheid van een leraar of lerares en de manier waarop een school omgaat met verandering hebben allemaal invloed op de omgeving buiten de school.
“Een onderwijsleider hoeft niet op iedere ontwikkeling direct een antwoord te hebben. Belangrijker is dat er een omgeving ontstaat waarin mensen zich kunnen ontwikkelen, hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en talent de kans krijgt om zichtbaar te worden.”
Veelgestelde vragen over leiderschap in het onderwijs
Waarom is leiderschap belangrijk bij veranderingen in het onderwijs?
Schoolleiders en bestuurders bepalen mede welke richting een onderwijsorganisatie kiest. Zij maken keuzes over onder meer onderwijsontwikkeling, technologie en personeelsbeleid en zorgen voor de kaders waarbinnen leraren hun werk kunnen uitvoeren.
Welke rol hebben leraren bij onderwijsvernieuwing?
Leraren brengen veranderingen uiteindelijk in de dagelijkse onderwijspraktijk. Daarom is het belangrijk dat zij kunnen meewegen wat werkt, welke behoeften leerlingen hebben en waar mogelijke knelpunten liggen. Voldoende professionele ruimte kan daarbij helpen.
Wat betekent professionele ruimte voor leraren?
Professionele ruimte betekent dat leraren binnen duidelijke kaders hun vakkennis en ervaring kunnen gebruiken om keuzes te maken. Dat geeft hen de mogelijkheid om onderwijs af te stemmen op hun leerlingen en verantwoordelijkheid te nemen voor de uitvoering ervan.
Welke invloed heeft kunstmatige intelligentie op onderwijsleiderschap?
Kunstmatige intelligentie biedt nieuwe mogelijkheden voor leerlingen, leraren en scholen, maar vraagt ook om duidelijke keuzes. Onderwijsleiders moeten bepalen waarvoor technologie wordt ingezet en bewaken dat het onderwijsdoel en het belang van leerlingen centraal blijven staan.
Wat is maatschappelijk ondernemerschap binnen het onderwijs?
Maatschappelijk ondernemerschap binnen het onderwijs kan worden gezien als het bewust meenemen van de maatschappelijke impact van dagelijkse keuzes. Beslissingen over leerlingen, medewerkers, kansen en innovatie kunnen immers gevolgen hebben die verder reiken dan de school zelf.
Welke verantwoordelijkheid hebben schoolleiders voor de ontwikkeling van leerlingen?
Schoolleiders creëren de organisatorische voorwaarden waarbinnen leerlingen zich kunnen ontwikkelen. Naast aandacht voor kennis en basisvaardigheden gaat het daarbij ook om een omgeving waarin zelfstandigheid, verantwoordelijkheid, kritisch denken en talentontwikkeling ruimte krijgen.
